
Het huis Olaertsduyn, gelegen aan de binnenduinrand van de Oostvoornse duinen, werd in 1910 gebouwd door de architect J.W. Hanrath. De tuin en parkaanleg werd gelijktijdig ontworpen door de bekende tuinarchitect Leonard A. Springer.
Hanrath en Springer werkten in die tijd ook bij andere villa’s intensief samen. Door het gelijktijdig ontwikkelen van de plannen voor het huis en voor de tuin konden zij een goede eenheid tussen beide tot stand brengen. Dit sluit aan bij Springer’s ideeën over het ontwerpen van een tuin: de vrije tuinarchitect moet met den architect samenwerken…en beider streven moet zijn, iets te scheppen, wat in de omgeving past. Hierbij moeten het huis, de tuin en het landschap qua stijl een eenheid vormen.
Springer maakte op Olaertsduyn gebruik van de gemengde stijl, die typerend is voor de tuinkunst kort na de eeuwwisseling en vooral in de grotere tuinen werd toegepast. Het kenmerk van deze stijl is de combinatie van landschappelijke en geometrische elementen.
De laatst genoemde zijn meestal te vinden in de nabijheid van het huis, bijvoorbeeld in de vorm van symmetrische deeltuinen of besloten bloementuinen. De ideeën voor de gemengde stijl ontleende Springer onder meer aan de boeken van Edouard André. Gustav Meyer en Alphand et Arnout.
Op Olaertsduyn vinden we een combinatie van een landschappelijk aangelegd park met gebogen paden en een symmetrische aanleg met een lanenstelsel, een rechtlijnige vijverpartij en langwerpige bloementuinen, waarbij het huis als middelpunt fungeert en tevens het snijpunt van de lanen is.
Het Landhuis dat als jachthuis en buitenverblijf voor William Smith gebouwd werd, werd na de Tweede Wereldoorlog verkocht zijn zoon Adriaan Pieter van Hoey Smith het aan het Administratiefonds Rotterdam, die het vervolgens verhuurde aan de Stichting Eerste Volkshogeschool voor Zuid-Holland. De hogeschool werd een succes en in 1955 kocht de Stichting het gebouw met het omliggende terrein van het Administratiefonds. Aangezien er in de loop van de jaren vijftig ruimtegebrek ontstond, werd in 1959 jongerencentrum De Weyert gebouwd, welke nu een vakantiehuis is met aanpassingen voor mensen met een lichamelijke handicap. In de jaren tachtig werd het noodzakelijk om het complex uit te breiden en er volgde wederom nieuwbouw: het conferentiehotel Olaertsduyn.
In 1946 vond in Rockanje de opening van de Volkshogeschool Olaertsduyn plaats. De term Volkshogeschool is wat verwarrend, aangezien de instelling allesbehalve een traditionele school was, laat staan een hogeschool. Het werd geïntroduceerd als een vormingscentrum voor jonge mensen die zich moeten voorbereiden op het leven en een ontmoetingspunt voor jongeren van uiteenlopende religies en sociale milieus. Kortom, in de volkshogeschool stond algemene ontwikkeling hoog in het vaandel, evenals het doorbreken van het verzuilde denken in Nederland.
Het hoofddoel van de volkshogeschool was het organiseren van tweeweekse cursussen, vooral voor mannen tussen de 18 en 35 jaar, die tot doel hadden ‘de ontmoeting met de medemens van andere werkkring, leeftijd en levensovertuiging' te bevorderen. Op het cursusaanbod stonden ook zevendaagse cursussen, bedoeld voor fabrieks- en kantoorwerkers, rijks- en gemeenteambtenaren, studenten en MTS'ers. Het streven van de leiding van de volkshogeschool was het samenbrengen van een getrouwe afspiegeling van de samenleving om te praten over thema's als ‘ons land negen jaar na de oorlog', ‘het culturele leven ten plattelande', ‘de vrouw en haar omgeving' en ‘de veranderende wereld'. De dagen werden gevuld met onder meer werken in de tuin, handenarbeid, tennissen, gymnastiek, volksdansen, populair gehouden lezingen met nabespreking en avonduren vermaakte de cursisten zich met grammofoonplaat-concerten (met uitleg), zingen, wandelen en films kijken. Maar in de jaren vijftig en zestig werd het besef van de maakbare samenleving steeds populairder en steeg de vraag naar cursussen sterk. Er trad professionalisering op en er ontstond een steeds groter aanbod in cursussen.
Er kwamen bijvoorbeeld cursussen voor bedrijven. Managers uit het bedrijfsleven en gezondheidszorg kwamen in Olaertsduyn een week praten over problemen in hun vakgebied, en werden door de cursusleiders aangemoedigd nieuwe gezichtspunten te vormen om oplossingen te bedenken. En bovendien werden tal van speciale dagen georganiseerd voor politieagenten, jonge vrijwilligers voor ontwikkelingslanden, vrouwenverenigingen, plattelandsjongeren en studenten van bijvoorbeeld huishoudscholen. En wie zich creatief wilde ontplooien, werden meerdaagse cursussen aangeboden waarin kon worden kennisgemaakt met tekenen, boetseren, schilderen en beeldhouwen.
DE TUIN
De paden in het landschappelijke deel van de tuin verlopen volgens ovale en ellipsvormige patronen. Het huis ligt binnen een dergelijke ovaal, die op zijn beurt weer is omgeven door een tweede ovaal. De ruimte tussen beide ovalen bestaat uit een parkachtige bos met bomen, struiken, paden en beekjes. De ruimte tussen beide ovalen bestaat grotendeels uit inheemse soorten met vooral veel eik. In dit gedeelte van het park vinden we ook veel stinzenplanten.
De landschappelijke aanleg wordt doorsneden door drie lanen, die elkaar exact in het midden van het huis snijden.
Vanuit het, ten opzichte van zijn omgeving hoger gelegen huis gezien vormen deze samen een ganzenvoet. De twee buitenste assen worden gevormd door een laan aan weerszijden beplant met beuken. De middelste as ligt alleen aan de zuidwestzijde van het huis en vormt de symmetrie as van de aanleg. Het achterste gedeelte van deze as bestaat uit grasland aan beide zijden beplant met paardekastanjes en eindigt bij een bouwkundig element dat voor een bosrand is geplaatst.
Het terrein rondom het huis en binnen het eerste ovale pad is op geometrische wijze ingericht. De beplanting in dit gedeelte bestaat voornamelijk uit exoten. Vanaf het huis, voert een trap in de symmetrieas naar de lager gelegen siertuinen, en naar een grote symmetrische vijver.
Op het niveau van het huis liggen ook voor de trap en aan weerszijden van het huis rechtlijnige siertuinen.
De geometrische aanleg die we voor de restauratie aantroffen kwam niet geheel overeen met de ontwerptekeningen van Springer. Omdat er geen andere (detail)tekeningen van Springer bekend zijn, en er ook geen correspondentie over de aanleg bewaard is gebleven, is het vooralsnog onduidelijk waarom en wanneer deze veranderingen zijn aangebracht en op wiens initiatief dit gebeurde.
Het siertuingedeelte tussen de trap en de vijver zou volgens de tekening als twee driehoekige gazons, aan weerszijden van de symmetrieas en omgeven door bosschages moeten worden aangelegd. De aangetroffen situatie, die we ook kennen van een oude luchtfoto en in ieder geval al sinds 1932 aanwezig is, geeft ter plaatse een volgens een zeshoek verlopend pad rondom een gelijkvormig gazon. De gedeelten waarop de tekening bosschages situeerde, waren bij de siertuin getrokken en omgeven door rechte, in plaats van gebogen paden.
Hiermee ontstond er een grotere siertuin en kwam het huis in een grotere open ruimte te liggen.
Historisch verantwoord
Door het unieke feit dat de tuin en parkaanleg van de tuin sinds de uitvoering in 1910 niet wezenlijk is veranderd, was de essentie van de oorspronkelijke samenhang tussen architectuur en tuinarchitectuur en het authentieke karakter van de aanleg niet gewijzigd. Het wordt dan ook zeer de moeite waard gevonden om het oorspronkelijke karakter van de tuin ook voor de toekomst te bewaren. Door het uitgroeien van beplanting, het vervagen van de padenloop en het verlanden van de vijver was een deel van de aanleg weliswaar nog steeds aanwezig, maar slechts met moeite herkenbaar. Daarom werd in 1995 besloten om een historisch verantwoorde restauratie uit te voeren, te beginnen met het geometrische gedeelte tussen het huis en de vijver, en een herstel van de vijver.
De Nederlandse Tuinenstichting werd benaderd en bereid gevonden een bijdrage te leveren aan de financiering en er op toe te zien, dat het historische karakter van de tuin bewaard blijft.
Als eerste werd de vijver gereconstrueerd, waarbij al het riet op de oever en ook de beplanting in de vijver verwijderd werd. Vervolgens werden de oude duikers vervangen door twee nieuwe, die aansluiten op het bestaande watersysteem.
Als laatste werk aan de vijver werden de oevers weer in model gebracht, de bodem en de taluds verstevigd en de randen langs de oevers met gras ingezaaid. Hierna waren de paden aan de beurt. Naast de reeds bestaande paden die verhard werden met grind, waarbij de structuur gehandhaafd bleef, werden ook enkele nieuwe paden aangelegd. Dit zijn de paden die Springer ook op zijn ontwerp afbeeldde en ze liggen nu langs de eveneens nieuw geconstrueerde driehoeken tussen de vijver en het terras. Hiermee wordt ook de ganzenvoet weer aangebracht.
We zien dus dat ervoor gekozen is het tuingedeelte tussen het terras en de vijver opnieuw aan te leggen, geheel volgens het ontwerp van springer uit 1910.
Strakke vormen
In de laatste fase van de restauratie is het waarschijnlijk in de jaren zestig toegevoegde muurtje, dat het hooggelegen terras bij het huis scheidt van de rest van de tuin, verwijderd. Het talud werd weer in de oorspronkelijke glooiende vorm teruggebracht en ingezaaid met graszaad. Hierdoor krijgt de overgang tussen terras en tuin weer de vloeiende lijn die Springer bedoelde.
In deze fase werden ook de gereconstrueerde driehoeken, evenals de stroken die zijn ontstaan naast de gereconstrueerde paden, ingezaaid met graszaad.
Het wachten is nu op het groeien van het gras, waardoor het contrast met het grind goed zichtbaar zal worden en de strakke lijnen van dit gedeelte van de tuin zich weer volgens het oorspronkelijke tuinontwerp van Springer zullen manifesteren.
De restauratie van dit gedeelte van de tuin is hiermee beëindigd en het ontwerp van Springer is hier weer in zijn oude glorie te aanschouwen.
Op ons landgoed bevindt zich ook het rustieke landhuis Olaertsduyn, dat dateert uit het begin van de vorige eeuw. Tuinarchitect Springer ontwierp de statige tuin en met het prachtige natuurschoon heeft het zich ontwikkeld toe een unieke plek op het eiland. In het landhuis kan met kleinere groepen op een bijzondere manier stijlvol en comfortabel worden vergaderd.